De eerste golf van generative AI draaide om ondersteuning. Copilots hielpen medewerkers sneller schrijven, analyseren en samenvatten. In 2026 verandert dit fundamenteel: AI verschuift van assistent naar uitvoerder. AI-agents nemen complete taken over, werken samen met systemen en sturen zelfstandig processen aan.
Voor organisaties betekent dit geen incrementele verbetering, maar een structurele productiviteitsversnelling. Werk wordt niet sneller uitgevoerd, het wordt anders georganiseerd.
Waarom losse experimenten zelden schaalbaar zijn
Veel organisaties experimenteren met individuele agents zonder duidelijke governance, integratie of prioritering. Dat levert zelden duurzame waarde op. De bedrijven die wél versnellen, behandelen AI-agents als een nieuwe operationele laag binnen hun bedrijfsvoering.
Daarmee ontstaan nieuwe vraagstukken:
Wie is verantwoordelijk voor beslissingen van een agent?
Hoe borg je kwaliteit, security en compliance?
Hoe voorkom je versnippering tussen afdelingen?
De echte waarde: end-to-end automatisering
De grootste impact zit niet in het versnellen van één taak, maar in het herontwerpen van volledige ketens. Denk aan klantvragen die automatisch worden geïnterpreteerd, verrijkt met context, afgehandeld in systemen en opgevolgd met communicatie, zonder handmatige overdracht.
Hier ontstaat schaalbare bedrijfswaarde.
Een strategische keuze voor bestuurders
De centrale vraag verschuift van “hoe gebruiken we AI?” naar “welke processen laten we door AI uitvoeren?”. Dat vraagt om duidelijke prioriteiten, sterke governance en nauwe samenwerking tussen business en IT.
Organisaties die nu leren ontwerpen, sturen en schalen, bouwen een duurzaam concurrentievoordeel op.